Vijf jaar nijntje Beweegprogramma bij HSV

Dit jaar is het 5 jaar geleden dat Sietske is begonnen met het nijntje beweegprogramma bij HSV. Begonnen met 1 groep, later 2 groepen en nu hebben we 4 volle groepen. Sinds september 2025 is Suzanne ook bij dit succes gekomen en geven Sietske en Suzanne samen les in alle groepen.

5 jaar geleden begonnen en nu landelijke bekendheid in het KNGU blad, wie had dit gedacht dat het zo’n succes zou worden!

Kind tijdens het nijntje Beweegprogramma bij HSV Hardegarijp

Landelijke aandacht voor bewegen voor iedereen

In het KNGU-blad verscheen eerder een uitgebreid artikel over ons nijntje Beweegprogramma. We delen de tekst hier graag, omdat die mooi laat zien waar Sietske, Suzanne en HSV voor staan.

Hoe meer liefde je erin stopt, hoe meer liefde je terugkrijgt

HSV Hardegarijp biedt het nijntje Beweegdiploma aan voor kinderen met een beperking. Door: Edward Swier, KNGU-blad.

HSV Hardegarijp is op het eerste oog een gymnastiekvereniging als vele andere. Toch is er iets dat de club bijzonder maakt. De Friese vereniging biedt het nijntje Beweegdiploma namelijk ook aan voor kinderen met een beperking. Daarvoor zijn de trainsters specifiek bijgeschoold en is er speciaal materiaal aangeschaft. Maar, zo is de boodschap vanuit het hoge Noorden, ook andere verenigingen kunnen dit voorbeeld zonder veel gedoe volgen: je wilt alle kinderen vooruithelpen.

Sietske van der Meer is verantwoordelijk voor het nijntje-aanbod bij HSV Hardegarijp. Zij geeft de lessen samen met Suzanne Veffer. Het idee om het Beweegdiploma ook aan te bieden voor kinderen met een beperking ontstond niet uit een brainstorm of een reeks bestuursvergaderingen. Anderhalf jaar eerder meldde zich de eerste moeder met de vraag of haar zoon ook mee kon doen aan de lessen van het nijntje Beweegdiploma.

Van der Meer zag niet direct bezwaren: “Ieder kind heeft toch recht op wat vrolijkheid en moet kunnen bewegen. En als een kind een beperking heeft, dan beweegt hij of zij net even anders en doen we een iets andere oefening. Maar verder is er, zo ontdekten we al snel, ook weer niet zo heel veel verschil. Het hebben van een beperking bleek eigenlijk amper een beperking om mee te doen.”

De vereniging heeft de kinderen met een beperking inmiddels volledig omarmd, zonder veel extra aandacht aan hun aanwezigheid te schenken. Andere kinderen slaan er ook amper acht op, vertelt Veffer. “Ze concluderen niet dat er iets mis is met dat jongetje in de rolstoel en vinden het ook niet zielig. Het is gewoon een jongetje dat niet kan lopen. Dan doen we dus met z’n allen een spelletje op de knieën in plaats van staand. Nou prima, denken de kinderen, dan is dat zo.”

Weinig obstakels

Als de overige kinderen de beperking van een ander eigenlijk niet zien, waarom zou de leiding dat dan wel doen? Bijzondere kinderen moet je niet te bijzonder maken. In de praktijk bleken er dan ook maar weinig obstakels die niet te overwinnen waren. “Er is geen moment twijfel geweest. We hebben ook niet gedacht dat het een probleem kon worden. We hebben meteen gezegd: we gaan er met z’n allen een feestje van maken. Je past het programma voor de rest er soms een beetje op aan, doet gezamenlijke spelletjes en laat iedereen op zo’n manier op de trampoline springen dat het kind met een beperking het ook aankan.”

Qua aansprakelijkheid of andere wettelijke beslommeringen is er geen verschil. Ouders van deelnemende kinderen ondertekenen hetzelfde papier, met dezelfde voorwaarden, regels en afspraken. Voor elk kind is er hetzelfde inschrijfformulier.

Dat er plek is voor iedereen, blijkt uit de deelname van een achtjarig jongetje met motorische problemen. Hij deed eerder al mee aan de lessen van nijntje gym en wilde graag terug. Hij vindt het geweldig en krijgt er zelfvertrouwen van. Hij is nu de oudste van de groep; dat hij bijna twee keer zo groot en twee keer zo oud is als de rest, maakt voor de kinderen niets uit. Hij leert er ongelooflijk veel bij. “Je wilt alle kinderen vooruithelpen.”

Wachtlijst en ruimte maken

Aanvankelijk was er één kind met een beperking bij de club; inmiddels waren dat er vijf. HSV ging daar niet bewust naar op zoek en maakte er geen speciale reclame voor, maar mond-tot-mondreclame deed zijn werk. Van der Meer en Veffer hadden al vier nijntje-groepen en er ontstond een wachtlijst. De uitbreiding van het team bood de kans om die wachtlijst weg te werken. Kinderen met een indicatie krijgen daarbij altijd voorrang; er worden plekjes vrijgehouden voor bijvoorbeeld een huisarts of fysiotherapeut die deelname adviseert.

“Kinderen maken pas een koprol als ze eraan toe zijn. Geef ze dus de ruimte. Je moet het niet allemaal voor ze willen invullen.” De trainsters volgen voor hun lessen diverse cursussen en bijscholingen, onder meer over het Gehandicapte Kind en gedragsproblematiek. Niet omdat het moet, maar omdat zij het leuk vinden. Ook werd revalidatiecentrum Lyndensteyn bezocht om met een fysiotherapeut te bekijken welke materialen kinderen met een beperking specifiek nodig kunnen hebben.

De deelnemers komen niet allemaal uit Hurdegaryp; HSV heeft hierin een regiofunctie. Sommige kinderen zitten een half uur in de auto om bij de lessen te kunnen aanschuiven. “Dat vinden wij zelf wel bijzonder. Het betekent toch dat we iets goed doen”, zegt Veffer. “Hoe meer liefde je erin stopt, hoe meer liefde je terugkrijgt.”

Kind tijdens het nijntje Beweegprogramma bij HSV Hardegarijp